zaterdag 11 juli, 13:20Horecavoorman Robèr Willemsen ving tijdens de coronacrisis telkens bot bij toenmalig zorg-minister Hugo de Jonge, met wie hij goed contact had. Wat De Jonge zei had impact omdat hij een bepalende rol speelde, maar Willemsen kreeg "altijd nul op het rekest" als hij iets wilde. Dat blijkt uit de coronaverhoren.Willemsen, die meerdere horecagelegenheden bestiert in Rotterdam en omgeving, was tijdens de pandemie voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland. In die hoedanigheid werd hij vrijdag door de enquëtecommissie opgeroepen als getuige. "Het is een roerige tijd geweest", zei hij na afloop in het programma Afslag op Radio Rijnmond.NaïefHij denkt dat hij naïef is geweest in het "maken van afspraken met de overheid", blikt hij tijdens zijn verhoor terug op zijn functie. "Ik ben het vertrouwen in de politiek deels verloren en dat vind ik jammer."Diederik Gommers: gebrek aan ic-personeel ook bij nieuwe pandemie probleem(opent in nieuw venster)Narita sprak met Koningin Máxima in post-COVID centrum: 'Ziekte niet minder, maar aandacht wel'(opent in nieuw venster)Het steekt hem dat het kabinet beloofde om ondernemers honderd procent te compenseren voor misgelopen inkomsten. Daar kwam niets van terecht. Ondernemers werden deels gecompenseerd en moesten 4 procent rente betalen over leningen. "Het is niet te verkroppen dat achtereenvolgende kabinetten nog steeds niet eerlijk hierover zijn."Volgens Willemsen is de horeca op het verkeerde been gezet doordat het kabinet zei "dat het diepe zakken had". "Maar het ging niet om het helpen van de 50.000 ondernemers, maar om het redden van de economie. En dat steekt." En: "pretendeer niet dat je 100 procent compenseert, anders lieg je."SpaargeldHij wijst erop dat horeca-eigenaren vaak al hun spaargeld hebben ingezet en zich in de schulden hebben gestoken. "Maar niemand praat daar meer over." Volgens Willemsen konden ze alleen overleven door heel hard te werken. "Tot op de dag van vandaag zijn ze nog met de na-effecten bezig."Willemsen had tijdens de crisis niet alleen contact met De Jonge, maar vooral ook met het ministerie van Economische Zaken en voormalig staatssecretaris Mona Keijzer. Zij bleek volgens hem "geen speler". Haar impact was "nihil". Keijzer zelf zei tijdens de coronaverhoren dat er sprake was van "tunnelvisie". Wat haar betreft werd de samenleving met "onnavolgbare maatregelen" op slot gezet. Ze sprak dat ook uit, maar dat maakte geen enkel verschil. Uiteindelijk werd ze ontslagen, omdat ze zich kritisch had uitgelaten over het coronatoegangsbewijs.Vernielingen en agressie in horeca aan orde van de dag: 'Niet normaal en zinloos gedrag'(opent in nieuw venster)