Het hele eerste jaar van de coronapandemie bleef het kabinet het virus onderschatten. Zo werd de opgebouwde crisisstructuur in de zomer van 2020 te rap afgebouwd en hoopte het kabinet, tot diep in het najaar, dat een nieuwe harde lockdown niet nodig zou blijken. Dat zei topambtenaar Mark Roscam Abbing maandagmiddag tegen de parlementaire enquêtecommissie corona.

„Het viel keer op keer tegen””, zei Roscam Abbing, die in oktober 2020 werd aangesteld als de ambtenaar die zich bezighield met de impact van het coronabeleid op de samenleving. „De hoop was dat we er langzaam uit zouden komen, maar dan moesten we toch weer scherpere maatregelen nemen.” Direct nadat hij werd aangesteld, begon Roscam Abbing aan een plan om mensen veilig samen Kerst te kunnen laten vieren, maar „we zaten die Kerst in de zwaarste lockdown”. Van de richtlijnen waaraan hij werkte, kwam niets terecht.

Stapsgewijs kreeg ik daar aan tafel voor mijn gevoel steeds meer te zeggen

Drie maanden voordat Roscam Abbing werd aangesteld, had het kabinet een nieuwe ambtelijke organisatie ingericht die zich bij het bestrijden van corona vooral op de lange termijn zou richten – in de veronderstelling dat de ergste crisis achter de rug was. „Dat bleek niet te werken”, zei Roscam Abbing. De besmettingen liepen weer op en de ambtelijke organisatie „kreeg het blussen van de brand erbij. Daar was men niet op toegerust”.