"Het is zeker niet zo dat het kabinet een foutloos parcours heeft gevaren", zei Rutte vrijdag na zijn verhoor tegen de verzamelde pers. "Helemaal niet."
Maar het afleggen van verantwoording voor de genomen besluiten tijdens de coronapandemie kwam vrijdag tijdens het eerste verhoor van de oud-premier nog niet veel aan bod. En dat is ook niet gek: deze eerste weken van de openbare verhoren draaien vooral om het begin van de crisis en de crisisorganisatie. Echt ingrijpende maatregelen als de avondklok en de coronapas worden later uitgebreid besproken.
Daarbij moeten ook Rutte en Jaap van Dissel, oud-voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), terugkomen voor een verhoor. Dat biedt kans om alsnog de onderste steen boven te halen als het gaat om de besluitvorming in de coronatijd.
Want tegen deze twee hoofdrolspelers leek de relatief onervaren commissie - drie van de vijf commissieleden zijn pas na de laatste verkiezingen in de Tweede Kamer gekomen - niet altijd goed opgewassen. Rutte kwam het gehoor ontspannen door: hij praatte voluit, maar draaide tot frustratie van de commissie ook geregeld om antwoorden heen.
Van Dissel nam zijn verhoor vorige week bijna volledig over en sprak de commissie zelfs tegen, omdat die volgens hem onder meer "te absoluut" stelde dat het mondkapjesbeleid niet was aangepast.














