Dick Schoof is weer topambtenaar, vrijdagochtend in de verhoorzaal van de parlementaire enquetecommissie corona. In maart 2020, het begin van de coronacrisis, was hij net secretaris-generaal geworden op het ministerie van Justitie. En daar gaan de vragen over. Maar of Schoof zelf nog wel zo graag terugdenkt aan die oude, ondergeschikte rol? Hij begint die ochtend drie keer over zichzelf als premier, in bijzinnen en soms wat omfloerst. „Nu moet ik oppassen”, zegt hij na een uur en een kwartier. „Want ik zit hier als sg…, als oud-secretaris-generaal…” Hij recht zijn rug en glimlacht een beetje. „Maar de premier is níet de oplossing voor alles.”
In de tijd van de coronacrisis was Mark Rutte minister-president. Schoof noemt hem „de mp”, zoals ambtenaren onderling doen. Rutte, die op vrijdagmiddag wordt verhoord, heeft het op zijn beurt over „Dick”. Die had ’s ochtends tegen de enquetecommissie gezegd dat hij het ‘Torentjesoverleg’ over de crisis maar niks vond: drie keer in de week met een paar ministers en de naaste adviseurs van Rutte. En Rutte zegt dat hij hem wel begrijpt: „Als je er zelf niet bij mag zijn, denk je: wat gebeurt daar? Wat zitten ze te bedisselen? Dat is onvermijdelijk.”












