Het uitsterven van diersoorten lijkt maar al te vaak op een rijtje dominostenen: valt er één om, dan gaan er meer. In ecosystemen zijn soorten immers nauw met elkaar verbonden – de een staat bij de ander op het menu, of levert iets waar iedereen van profiteert. Neem de Afrikaanse olifant: die verandert het landschap door zijn loop- en graasgedrag zodanig dat er waardevolle niches voor andere dieren ontstaan. En dan zijn er ook nog de olifantenuitwerpselen. Een goudmijn voor meerdere mestkeversoorten, die dankbaar gebruikmaken van de aanwezige voedingsstoffen.
Maar dat meeprofiteren heeft ook nadelen, schrijven Amerikaanse en Afrikaanse biologen in Science. Zij ontdekten dat de mestkevers op de savanne zó afhankelijk zijn van de olifantenpoep, dat hun lot onlosmakelijk aan dat van de olifanten is verbonden. Worden die bedreigd in hun voortbestaan, bijvoorbeeld als gevolg van jacht of klimaatverandering, dan kelderen ook de mestkeveraantallen – zelfs als er nog poep aanwezig is van andere grote grazers, zoals zebra’s of giraffen. Twee derde van de 179 onderzochte mestkeversoorten profiteerde van de aanwezigheid van olifantenmest; voor 79 soorten was de olifantenmest zelfs cruciaal.
Verdwijnen de mestkevers door zulke ‘co-extinctie’, dan zorgt dat er niet alleen voor dat de mest minder snel wordt afgebroken, maar ook dat de plantenzaden in de mest minder goed worden verspreid (mestkevers rollen de poep immers in balletjes in het rond). Olifanten kunnen kortom echt worden gezien als sleutelsoort op de savanne, aldus de biologen, met een vergaande invloed op de verspreiding van planten, insecten en andere organismen.












