"De slangen hebben drie dingen nodig: een plek om te overwinteren, voedsel en een geschikte plaats om eieren te leggen", zegt Tariq Stark van natuurbeschermingsorganisatie RAVON.
Vooral dat laatste is de afgelopen jaren moeilijk geworden. Eerder legden de slangen hun eieren in mesthopen op boerderijen. Nu deze mesthopen verdwijnen of minder geschikt worden, moeten de slangen uitwijken naar andere broedplaatsen.
Om de slangensoort te helpen, worden op verschillende locaties in Nederland broeihopen aangelegd. Deze hopen bestaan uit een mengsel van mest, bladeren en takken. In de hoop wordt het warm, waardoor de eieren van de ringslangen worden uitgebroed. "Ringslangen zijn namelijk de enige slangensoort in Nederland die eieren legt", vertelt Stark.
In Nederland leven drie verschillende soorten slangen. De ringslang is daar een van en is al jaren een beschermde soort. Toch staat de populatie nog altijd onder druk.
Hoeveel ringslangen er in Nederland zijn, is volgens Stark moeilijk te zeggen. "Ze zijn moeilijk te tellen. Toch denk ik dat er lokaal wel een kleine toename is, want ze worden steeds vaker op bepaalde plekken gezien."














