Wie spreekt of schrijft, combineert woorden met elkaar tot zinnen. Een deel van dat combineren is vrij, en een deel niet, want er bestaan allerlei zeer uiteenlopende vaste combinaties van woorden, zoals ‘klip en klaar’ en ‘aan de drank’, ‘krijg de tering’, ‘minister van Defensie’, ‘aangifte doen van’, ‘grote bonte specht’ en ‘een kopje koffie’.

Al langer is er het vermoeden dat in het Nederlands, maar ook in de talen om ons heen, het aandeel van dergelijke vaste woordcombinaties geleidelijk aan toeneemt, en dat het vrij combineren van woorden daarmee afneemt.

De taalonderzoekers Freek Van de Velde en Robbert De Troij, beiden van de universiteit van Leuven, hebben aangetoond dat dit inderdaad het geval was in de periode van 1850 tot 2000. Ze voerden een statistische analyse uit op van een heleboel teksten die in die periode verschenen zijn in ‘literair-culturele’ bladen zoals De Gids. Daaruit blijkt dat het aandeel van de vaste woordcombinaties inderdaad fors is toegenomen.

Het gaat om verschillende soorten woordcombinaties. De heel vaste, zoals ‘klip en klaar’. De wat minder vaste, zoals ‘aan de drank’ en ‘krijg de tering’. Die zijn minder vast omdat er ook varianten zijn als ‘aan de coke’, ‘aan de heroïne’ en ‘krijg de kanker’, ‘krijg de tiefes’. En dan zijn er nog heel veel combinaties die weliswaar vrij zijn maar zo vaak gebruikt worden dat ze daarmee ook een soort vaste combinaties zijn geworden. Zoals: ‘een kopje koffie’.