‘Toch leuk om voortaan met een eerbare man het bed te delen”, zei de bruid, waarop de bruidegom zo straalde alsof hij net uit een kuip met cognac was gevist. Afgelopen week, na meer dan een kwart eeuw samen („We bestaan langer dan Google!”), besloten ze te trouwen. Het werd een knalfeest met champagnefonteinen en speeches langer dan een rol wc-papier. Net terwijl ik mezelf op de dansvloer belachelijk aan het maken was, trok iemand me naar de kant.

„Kom”, fluisterde mijn pasgehuwde vriendin, „tijd voor een pauze.”

We slopen weg, zo onopvallend mogelijk als maar kan wanneer een van de twee een parasolbrede hoepelrok draagt en al redelijk teut is. De cateraar grinnikte toen we de keuken betraden en beloofde ons kamillethee en blarenpleisters.

„Ik had niet gedacht dat jullie ooit nog in het huwelijksbootje zouden stappen”, zei ik, terwijl ze op een bierkrat plaatsnam en haar hakken uitschopte.

„Ik ook niet. Maar het is een mooie doorstart”. zei ze.