Een briefje van de dokter. Daar hadden Duitse politici en media het vooral over toen afgelopen donderdag de regering van bondskanselier Friedrich Merz een pakket hervormingen presenteerde, dat eindelijk de economie uit het slop moet gaan trekken. De reden van de ophef: Duitse werknemers mogen zich volgens de regeringsplannen niet meer telefonisch ziekmelden, maar moeten vanaf dag één van hun ziekteperiode een schriftelijk bewijs aanleveren van een arts. Dit om het ziekteverzuim aan te pakken.
Los van de „catastrofale” gevolgen die huisartsen vrezen („complete overbelasting”), zien Duitse burgers het ook niet zitten om met een koortskop meteen naar de huisarts te moeten. Politici van de regerende CDU en SPD haastten zich om uit te leggen dat wie écht ziek is, natuurlijk gewoon thuis kan blijven.
Dit is maar één van de 34 voorstellen in het „programma voor economische opleving (Aufschwung) en werkgelegenheid” van de regering, die verder gaan over, onder meer, lastenverlichting voor lage en middeninkomens en over verruiming van zondagse openingstijden voor bakkerijen (verse Brötchen!).
Massaal banenverlies
Voorstellen die minder tot de dagelijkse verbeelding spreken, maar wel een stuk belangrijker zijn, draaien om het keren van het tij voor de Duitse exportindustrie. Die is al decennia dé bron van de Duitse welvaart, maar zit nu zwaar in de problemen. De industrieproductie daalt al jaren en ligt nu zo’n 13 procent onder het niveau van voor de pandemie. Berichten over massaal banenverlies zijn aan de orde van de dag. Volkswagen wil wereldwijd 100.000 gaan schrappen, zo werd twee weken geleden bekend; in Duitsland moeten vier fabrieken dicht. Deze donderdag spreekt de raad van toezicht van VW daarover, die voor de helft bestaat uit werknemersvertegenwoordigers.















