De ene strandtent is de andere niet, maar uiteindelijk zijn het toch allemaal strandtenten. De ene doet er een vlierbloesemkappertje op, de ander heeft hippe lokale kombucha, maar allemaal verkopen ze hamburgers, iets met kip, bitterballen en vaak een allegaartje aan ingeburgerde trends als ceviche, pokébowl of tonijntataki. En natuurlijk patat. Niets mis mee, in essentie. Maar origineel is het niet.
Hito is dat wel. De tent is strak ingericht naar het voorbeeld van super-esthetische Japanse listening bars, met blankhouten lambrisering en een pick-up. Dat is eens iets anders dan de geijkte cowabunga-stijl met houten bordjes aan touw en surfborden. Maar ook hier is de styling een fineerlaagje, niet in de laatste plaats omdat de keuken Baskisch is.
Dat laatste betekent dat we kunnen beginnen met een verfrissend glas kurkdroge, strak-minerale Noord-Spaanse txakoli of een eveneens fris-zure, maar iets meer tropisch geparfumeerde Noord-Portugese vinho verde (zie inzet). En met een hele trits geweldige bites. Zoals topkwaliteit boquerones: dikke, volvette, zuur ingelegde ansjovisfilets, in een grove antiboise met lekkere olijfolie. En koudgerookte sardines (denk spekbokking) op toast met een romige, maar licht verteerbare ricottacrème. Een verrassende vondst. Net als gegrilde druiven met gerookt zeezout: de hitte heeft ze nog intenser zoet en fruitig gemaakt én ze hebben een houtskoolzweempje gekregen, dat wordt versterkt door het gerookte zout. De piquillo-pepers zijn vlezig en netjes ontveld, ze zijn gaar maar niet tot snot gepoft. Ze liggen op een extreem knapperig dun sneetje pan de cristal dat is ingesmeerd met rundermergvet en grofgemalen zwarte peper – perfect bij de zoetfruitige paprikasmaak.






