Dichters vertellen vaak een hogere waarheid, zeker als ze ook nog essays schrijven. Jean Pierre Rawie is zo iemand. Met veel ironie en kennis van de grote werken uit de literatuur beschouwt hij vanuit Groningen de wereld. Een enkele keer gaat hij op reis om zijn opvattingen in de praktijk te toetsen.
Met name dankzij die eigenschappen is Gebonden aan de waarheid, zijn nieuwe essaybundel, een genot om te lezen. Vooral als hij het over de petit histoire van grote mannen heeft. Dat hij zijn gebrek aan internationale dichtersroem daarbij weet te relativeren maakt zijn stukken soms nog vermakelijker.
Het begint meteen goed als Rawie op Sicilië een kasteel bezoekt en een suppoost bij het horen van het woord Olanda een lofzang op Cees Nooteboom begint. „De grootste dichter die hij kende!” schrijft Rawie. „Alles wat in het Italiaans van Cees Nooteboom vertaald was had hij verslonden, gedichten, maar ook romans en reisverhalen; wat een genie, Cees Nooteboom!” Rawie krimpt ineen van afgunst. Maar zodra zijn vrouw opmerkt dat ook haar geliefde dichter is, roept de suppoost tegen een passerende schoolklas-op-excursie „Ecco un Poeta!”, waar hij tot Rawie’s opverende gemoed aan toevoegt dat kinderen en dichters de toekomst hebben.







