Waarom kom je niet gezellig bij mij zitten schrijven, vroeg zijn vriendin Linda soms toen ze elkaar net kenden. Zij woont in Leeuwarden, hij in Zwolle. Maar dat wil Pieter Koolwijk niet. Schrijven doet hij in zijn eigen werkkamer, tussen de plankjes met favoriete kinderboeken en zijn lievelings-fantasyreeks. Hij is gehecht aan zijn toetsenbord, met van die ratelende dikke toetsen. Op platte toetsen slaat hij vaak mis. Op zijn koptelefoon luistert hij naar hardstyle.

Een keer was Linda als verrassing langsgekomen, vertelt hij. Op een schrijfdag. „Toen was zij er ineens – haaai! Maar Linda leest mij als een malle, dus zij vroeg meteen: wat is er? Ik zei: ik vind het echt leuk om je te zien. Maar… hoelang blijf je?”

Inmiddels weet kinderboekenschrijver Pieter Koolwijk (52) hoe zijn hoofd werkt. In dat hoofd is het vaak „druk”, zegt hij. Maar het houdt ook van routines. Elke dag lunchen met hetzelfde speltbrood van de Jumbo, en hetzelfde beleg. Als hij afspreekt met zijn beste vriendin Sanne Rooseboom, ook kinderboekenschrijver, doet hij dat het liefst in dat ene tentje precies tussen hun woonplaatsen in. En als hij schrijft, verdwijnt hij soms in „hyperfocus”, intense concentratie waardoor hij uren onafgebroken door kan.