Na het WK in Qatar dacht ik dat ik de kippenbout Joep Schreuder wel had afgekloven, maar hij blijft maar aan de gang. Nu mag hij weer door heel Noord-Amerika struinen voor een roadtrip, onder de titel Joep66, een serie korte reportages, een genre waar ik een groot voorstander van ben, maar er is altijd een uitzondering. Ik ben allergisch voor het semi-journalistieke sausje dat Joep Schreuder met een hele grote kan over zijn maaksels giet. Altijd ook met die enorme perskaart om zijn nek, niet als gimmick, maar als een schild waardoor hij denkt dat hij zelf denkt dat hij uitstraalt dat hij geen onbenul is. Waarom staat daar niet met hele grote letters ‘Breda’ op zodat de rest van de wereld ook weet waar ze aan toe zijn? De trektocht zal bij de NOS zijn afgestempeld omdat ze zo in ieder geval zeker weten dat hij andermans spelers dan niet lastigvalt met zijn talenknobbel.

De kern van het Joep Schreuder zijn, dat wat er overblijft als je het smelt, werd gevangen op de persconferentie voorafgaand aan Ajax-Benfica afgelopen seizoen. Voor hij wat zei gaf Benfica-trainer José Mourinho de naar voren geslopen Joep Schreuder een hand. Dat kan, allebei ergens op het spectrum, er zal een zekere verwantschap zijn. Het mooist was de terugtocht van Joep in zijn grijze vest met capuchon. Ten overstaan van al zijn collega’s uitstralend dat hier iets heel gewoons was gebeurd. Hij kent José Mourinho, nou en? Ze spreken elkaar zo vaak.