Opmerkelijk hoe miso in onze keukens, of in ieder geval in recepten, is doorgedrongen. Miso is overal, lang niet alleen meer in de Japanse misosoep. Je maakt dressings en sauzen, marinades en te roosteren groenten op smaak met de hartige gefermenteerde sojabonenpasta. Het staat al lang gewoon bij de supermarkt.

Daar hebben de laatste jaren heel veel internationale ingrediënten en smaakmakers een vanzelfsprekende plaats gevonden, lang niet alleen meer de ketjap en de sambal van vroeger, maar alle soorten sojasauzen, chilisaus, nduja, tahin, gochujang, wasabi – noem maar op.

Die ‘ouderwetse’ ketjap en sambal zijn natuurlijk afkomstig uit ons koloniale verleden. Indonesisch eten was decennialang het enige soort ‘buitenlands eten’ dat in Nederland algemeen geaccepteerd was, meestal in de aangepaste versie, nasi en kipsaté met een zoete dikke pindabrij erover. Hoe ver weg lijkt dat. En wat een verbetering is het dat je smaken van overal kunt proeven en gebruiken.

Eigenlijk deden we dat natuurlijk al heel lang: citroenen, sinaasappelen, peper, nootmuskaat en vanille – al die nu doodgewone smaken zijn bepaald niet inheems maar werden hierheen gebracht, meestal door de VOC. De 17de-eeuwse Nederlandse keuken moet er enorm van zijn opgeknapt, al was peper dan peperduur. We zijn gaan geloven dat speculaaskruiden (peper, kaneel, kardemom, nootmuskaat, kruidnagel) tot onze typisch Nederlandse traditie horen, ze wonen hier tenslotte al generaties lang, dus zelfs van Lidewij de Vos zullen ze wel mogen blijven. Over eten hoor je ze nooit, de buitenlanderhaters. Die eten vast ook gewoon pistachenootjes of een broodje falafel, of dan toch die kipsaté, want van Lidewij mogen Nederlanders wel ,,een keer een Indonesische grootouder hebben of wat dan ook”.