„De eerste keer dat ik Reizen met Charley las, was ik begin twintig. Ik werkte net bij BNN en woonde in een klein zolderkamertje in Hilversum. In die tijd was ik veel alleen en las veel meer dan nu. In die periode leerde ik John Steinbeck kennen via Bruce Springsteen, mijn idool, die zich sterk door hem liet inspireren. Als Springsteen Steinbeck belangrijk vond, moest ik hem ook lezen.

In Reizen met Charley trekt Steinbeck in 1960 met een camper en zijn hond Charley door Amerika om te ontdekken wat er van het land geworden is. Hij is dan al een beroemde schrijver, heeft geld, vrijheid en succes, maar hij wil het land opnieuw leren kennen. Waar staat Amerika nu voor? Wat is er veranderd? Hij reist alleen, observeert landschappen en ontmoet mensen uit alle lagen van de samenleving.

Nu ik het boek opnieuw las, begreep ik pas goed waarom het me destijds zo aansprak. Niet omdat ik zo veel met Amerika had, maar omdat het boek een soort romantiek van het onderweg zijn ademt. Steinbeck beschrijft niet alleen zijn bestemmingen, maar vooral het gevoel van onderweg zijn. Het gevoel van nog niet weten waar je terechtkomt, herken ik heel erg.

Ik merk dat ik nog steeds vrij solistisch ben, al heb ik inmiddels een relatie en een kind. Gisteren zei ik nog tegen mijn vriendin dat ik eigenlijk weer een week alleen op reis wil. Op de fiets, met de auto, maakt niet uit. Gewoon alleen weg. Niet hoeven overleggen, een lege dag voor je hebben en kunnen bedenken waar je heen gaat. Dat vind ik romantisch.