„Toen ik studeerde voelde ik me anders dan mijn studiegenoten. Ik ben niet afkomstig uit een hogere sociale klasse, veel van mijn studiegenoten wel. Op een dag vertelde ik daarover tijdens een college. Een studiegenoot verwees me toen naar het werk van Édouard Louis en zei: ‘Je moet dit lezen, dit ben jij.’ Zo ben ik terecht gekomen bij literatuur over klasse, ook bij de boeken van Didier Eribon en van Annie Ernaux.
Een paar jaar geleden besloot ik dat ik zelf een boek wilde schrijven over mijn ervaringen met armoede. Dat is uiteindelijk Misschien moet je iets lager mikken geworden. Als je wil schrijven, moet je ook lezen. Ik heb alle boeken gekocht van de schrijvers die ik had ontdekt. Ik wist dat Annie Ernaux schreef over klassenmigratie, maar verder kende ik haar werk nauwelijks. Het eerste boek dat ik van haar las was De schaamte en dat was meteen raak.
De schaamte opent met de zin: ‘Mijn vader wilde mijn moeder vermoorden, op een zondag in juni, aan het begin van de middag.’ Dat vind ik een briljante eerste zin. Ze beschrijft het trauma van haar jeugd, maar in een hele alledaagse context, waardoor je er juist meer gevoel bij krijgt. De hoofdpersoon heet net als de schrijver Annie. Ze groeit op in armoede. Als ze wordt geconfronteerd met een gewelddadig incident, kan ze niet meer om de harde werkelijkheid van haar bestaan heen. Gedurende het verhaal zoomt Ernaux steeds in en uit: de ene keer zit je midden in haar jeugd, de andere keer schrijf je met haar mee, jaren later achter de typemachine.






