Eén dorp in academisch Nederland houdt dapper stand. Waar anders dan in Leiden, bewaakt één hoogleraar de opleiding van zijn studenten als een leeuw.
Nee, de opleidingsdirecteur was niet bepaald blij toen hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging zijn studenten in de collegezaal – nota bene met pen en papier – onlangs een kort essay liet schrijven. Het is een radicale daad anno 2026. En het stond niet in de studiegids dus de studenten – juristen in spe – zouden er zomaar een gegronde klacht over kunnen indienen of zich er elders publiekelijk over kunnen beklagen.
Maar vasthouden aan de werkwijze van voor AI betekent anno 2026 dat docenten grotendeels uitstekend beredeneerde, diepgravende, gestructureerde teksten moeten nakijken. Door AI gegenereerde teksten, geplagieerd dus. Met hooguit een aantal zelfgeschreven stukjes die je zo herkent als het potjes-Engels dat een aantal jaren geleden werd geïntroduceerd omdat toen Nederlandse taalvaardigheid als niet zo waardevol werd gezien. Het is zo goed als onmogelijk om te zien of achter die tekst nog enig originele of zinnige gedachte schuilgaat. Het is te hopen dat de student überhaupt zelf nog iets heeft gedacht.
Voor zover ik weet is er nergens crisisberaad uitgeroepen. In plaats daarvan zag ik gelatenheid. Docenten die het als een golf over zich heen hebben laten komen. Ze hebben nog verwoede pogingen gedaan om in mondelinge sessies studenten op de proef te stellen. Maar ze hebben niet de mankracht om zelf iets te schrijven, roepen ze in koor. En op geen van de faculteiten heeft een bestuurder met een vuist op tafel geslagen en besloten dat geen enkele zichzelf respecterende academische opleiding studenten op zulk soort teksten kan laten afstuderen.






