Je moet niet dralen, zeuren, kniezen en klagen, of, zoals de moeder van Anja het verwoordt niet „miemelen”. Anja is de hoofdpersoon van Los. Deze debuutroman van kunstjournaliste Merel Bem (1977) is een coming of midlife-age-verhaal: alles moet anders, voor Anja, het is nog niet te laat. Anja ontpopte zich al vroeg tot een muis. Een muis die weliswaar nooit miemelde, maar ook nooit joelde, bulderde, jubelde of krijste. Als haar dominante moeder sterft en zowel haar kat als haar man wegloopt, geeft zij zich op voor „ZelfBewust Wandelen & Communicatie”, een groepsreis in Bretagne. Anja wil niet langer onzichtbaar zijn. Ook haar reisgenoten stellen zulke individuele doelen. Ze vinden hun hoogstpersoonlijke groei een stuk boeiender dan andermans noden.
Ikke, ikke, ikke: dat komt vaker voor. „Ik wil iets bereiken. Ik wil iets achterlaten. Ik wil op reis. Ik wil een uitdaging”, luidt het in Als alles goed gaat van Fleur Pierets (1973). Ook hier is sprake van een groepsreis van individuen die vooral met zichzelf bezig zijn. Groepsreizen zijn een geliefd onderwerp in de literatuur. Het gedwongen samenzijn met vreemden, de dynamiek die ontstaat: zo’n verhaal schrijft zichzelf. Of toch niet? In welke vorm vertel je zo’n verhaal? Hoe breng je al die personages samen en tot leven? De balans slaat al snel door naar te veel, of juist naar te weinig.










