Een man en een vrouw staan op een dijk in het Zuid-Hollandse dorp Piershil. Naast hen een Fiat Panda met open deuren en ronkende motor. Geconcentreerd kijken ze naar een kaart op een bord langs de weg. Twee uur geleden zijn ze uit Rotterdam vertrokken – nu blijken ze hemelsbreed 23 kilometer te hebben afgelegd.
„We zijn verdwaald”, zegt hij.
„Welnee”, zegt zij. „We hebben gewoon iets te lang gedwaald.”
Het plan was, zoals ieder goed idee, ontstaan in de nabijheid van een koffiezetapparaat. „Mijn vader reed eens naar Madrid… zonder kaart!”, had hij gezegd, de ogen vol ongeloof.
Zij had hem vierkant uitgelachen. „Dat is toch niet zo moeilijk?”







