Nog voordat Peter Magyar beëdigd was als premier van Hongarije, begin mei, plaatste de Slowaakse premier Robert Fico al een selfie van hemzelf, zijn Poolse collega Donald Tusk en de Tsjechische premier Andrej Babis op Twitter, met als bijschrift: „Drie musketiers wachten op de vierde, en op de wederopstanding van de V4.”
Lang hoefden de drie Midden-Europese regeringsleiders niet te wachten, of de wederopstanding van de V4 (‘Visegrad Vier’) was een feit. Magyar houdt van aanpakken en lijkt van plan om de Midden-Europese vuist die onder het polariserende premierschap van Viktor Orbán niet meer werkte, weer te ballen. Niet alleen ging zijn eerste buitenlandreis naar Polen, naar Tusk die constant overhoop lag met Orbán, hij fêteerde de musketiers dinsdag ook in het barokpaleis in Gödöllő, bij Boedapest, waar de Habsburgse keizer Frans-Jozef en vooral keizerin Sissi ooit zo graag verbleven. Ze hadden het over sneltreinen, handelsbevordering en een gezamenlijke opstelling in de Europese meerjarenbegroting, EU-uitbreiding en natuurlijk migratie – het enige onderwerp waarover de V4 het afgelopen jaren soms eens waren.
Wat je hier ziet, is niet de wederopstanding van het Habsburgse Rijk, dat aan het eind van de Eerste Wereldoorlog instortte. Veel Midden-Europese landen zijn nog allergisch voor elke zweem van Oostenrijkse overheersing. Een Oostenrijkse poging om na de val van de Muur een Donaulanden-club te vormen, liep spaak omdat het in Wenen was bedacht. Toch heeft het nu gereanimeerde Midden-Europese bewustzijn in de geest iets Habsburgs. Het Habsburgse Rijk was een ‘rijk van het midden’, omringd door machtige staten als Frankrijk, Duitsland, Rusland en Turkije. Het moest schipperen, overleven. De blokken zijn terug. En daardoor doemen ook de contouren van Midden-Europa weer op.










