Toen het middaguur naderde op zondag 20 december 1948 nam Masdoelhak Nasoetion zijn drie zoontjes bij zich op het bankje naast de deur naar het terras. Buiten klonken geweerschoten. Om de kinderen af te leiden, las Masdoelhak ze voor uit de grappige Avonturen van Tante Pollewop(1948) van Godfried Bomans. Masdoelhak was na zijn studie in Nederland adviseur van de Indonesische vicepresident Mohammad Hatta geworden. Zijn vrouw, Adriana van der Have, was twee dagen daarvoor bevallen van een vierde zoontje in het ziekenhuis in Yogyakarta, op dat moment hoofdstad van de Republiek Indonesië. Maar ze had kraamvrouwenkoorts en dus moest ze nog in het ziekenhuis blijven. Op 19 december had Masdoelhak vanaf Kaliurang, een vakantiedorp op de helling van de vulkaan Merapi bij Yogyakarta, kunnen zien hoe Nederland de stad aanviel. Jachtbommenwerpers hadden geschoten op alles wat bewoog. Paratroepers hadden het vliegveld ingenomen en de hele dag waren troepen aangevoerd.

En nu rukten Nederlandse militairen op naar Kaliurang, waar Indonesië en Nederland sinds januari 1948 onder auspiciën van de Verenigde Naties hadden onderhandeld over de gezagsoverdracht. De kinderen luisterden naar hun vader toen op de deur werd gebonsd. Het was intussen een uur of drie in de middag en buiten regende het. Masdoelhak opende de deur. „Hij kreeg onmiddellijk een kolf van een geweer in zijn gezicht”, vertelt zijn oudste zoon Sinar later. Tigor, de tweede, weet nog dat zijn vader geschopt werd, toen hij buiten op het terras lag. En dat hij door twee soldaten werd weggevoerd. Dat was het laatste wat de kinderen van hun vader zagen.