"Nu de laatste vertegenwoordigers van de eerste generatie nog onder ons zijn", begin Jetten zijn excuses bij de opening van het Nationaal Monument Ulu Kora in Rotterdam.
"Voor het harteloze en eerloze ontslag als militair. Voor de gebrekkige opvang en huisvesting. Voor niet gezien en in de steek gelaten worden. Voor het onvervulde verlangen naar thuis. En voor het verdriet en de pijn in zoveel Molukse gezinnen. Daarvoor bied ik vandaag namens de Nederlandse regering excuses aan."
De excuses krijgen volgens Jetten "pas betekenis door de daden die erop volgen". Hij wil eerst goed onderzoek laten doen voordat wordt besloten over die vervolgacties. Ook wil hij de Molukse gemeenschap daarbij betrekken.
Veel Molukse beroepsmilitairen vochten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog van 1945 tot 1949 aan de zijde van Nederland. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland kwamen. Ze werden onder slechte omstandigheden opgevangen, onder meer in de voormalige Duitse concentratiekampen Westerbork en Vught.
Het zou om een tijdelijk verblijf gaan en ze dachten na een paar maanden terug te kunnen keren naar de Indonesië. Maar dat gebeurde niet. Het leidde tot jaren van protesten tegen de behandeling door de Nederlandse overheid en eindigde eind jaren zeventig in onder meer gijzelingsacties door Molukse jongeren.











