Kom vooral niet met excuses, zegt strategisch adviseur van het Indisch Moluks politienetwerk Ton Louhenapessy. Niet met excuses alléén, tenminste. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen 75 jaar al te vaak beloften gedaan, of op z’n minst gesuggereerd, aan de Molukse gemeenschappen en zich daar vervolgens niet aan gehouden. Excuses hadden moeten worden gemaakt aan de eerste generatie Molukkers die in 1951 naar Nederland kwam – en daar zijn nog maar heel weinigen van over. Als premier Rob Jetten zondag bij de onthulling van het nationaal monument Ulu Kora namens het kabinet ‘excuses’ maakt en het daarbij laat, zou dat enkel een nieuwe bladzijde zijn in de lange, pijnlijke geschiedenis die Nederland en de Molukken verbindt.
Sinds begin deze week bekend werd dat premier Jetten zondag aanwezig zal zijn én zal spreken bij de herdenking van de aankomst van Molukse gezinnen, zijn de reacties uit de doorgaans veelstemmige gemeenschappen opmerkelijk eensluidend. Misschien zegt niet iedereen het zo scherp als Louhenapessy, maar alle Molukse Nederlanders die NRC de afgelopen dagen sprak vinden stuk voor stuk één woord belangrijker dan excuus: erkenning.
De overheid moet erkennen dat de eerste generatie Molukkers in Nederland onrecht is aangedaan, en dat hun kinderen en kindskinderen daarvan de wrange gevolgen hebben ondervonden. Een rapport van het CBS uit 2022 liet zien dat Molukkers sociaaleconomisch achterblijven ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. Ze hadden vaker uitzendwerk, lagere lonen, een lagere opleiding, meer schooluitval, vaker een uitkering en waren vaker verdacht geweest van misdrijven. Het schrijnendste: de generatie van de kleinkinderen van de nieuwkomers van de jaren vijftig deed het slechter dan die van de kinderen.










