Na de Tweede Wereldoorlog voert Nederland vier jaar lang de strijd om Indonesië. De Molukkers vechten in dienst van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), totdat Indonesië in 1949 als onafhankelijke staat wordt erkend.

De Molukkers willen terug naar 'hun' eiland Ambon in de hoop dat het een onafhankelijke republiek kan worden. Maar de Indonesische regering verbiedt die terugkeer uit angst voor een onafhankelijkheidsstrijd.

De militairen zitten daardoor klem: ze kunnen niet in Indonesië blijven, want dat is hun land niet, maar ze kunnen ook niet terug. Nederland komt daarom met een 'noodoplossing'. De overheid haalt 12.500 Molukkers (ongeveer 4.000 militairen met hun gezinnen) met 12 transportboten naar Nederland. Zij zouden daar tijdelijk verblijven in onder meer kazernes en kastelen. Ook komen velen terecht in de voormalige concentratiekampen Vught en Westerbork, vertelt historicus Wim Manuhutu aan NU.nl.

De Molukkers zouden na een paar maanden terugkeren naar Indonesië. Daarom blijven de koffers gesloten en worden toekomstplannen uitgesteld. Maar de terugkeer komt niet. "De Nederlandse overheid achtte de relatie met Indonesië belangrijker dan het lot van de Molukkers", denkt Manuhutu. "En dus werden de militairen ontslagen."