Zondag bood premier Rob Jetten namens de Nederlandse overheid excuses aan de Molukse gemeenschappen aan, voor het ‘harteloze en eerloze ontslag’ van de militairen en voor de behandeling toen ze na 1951 in Nederland kwamen. Naast de blijdschap over de excuses en het gezien worden, kwamen bij verschillende Molukse Nederlanders achteraf ook vragen op. Ja, excuses, maar wat volgt daarop? Ook de premier zei dat „excuses pas betekenis krijgen door de daden die erop volgen”. Welke daden worden dat? Betekent ‘eerherstel’ voor een Molukker hetzelfde als voor een Nederlandse politicus?

Woensdag was Jetten op werkbezoek in Kamp Westerbork, waar hij genuanceerd antwoord op die vragen gaf. Hij sprak met een schoolklas uit Enschede, die hij aanmoedigde met elkaar in gesprek te gaan over onverdraagzaamheid in tijden van polarisatie en fake news. Hij sprak er met Hans Peeper, die als Joods jongetje van vier op last van de Duitsers naar het doorgangskamp was vervoerd. Hij bekeek de plannen voor de ingrijpende renovatie van het herdenkingscentrum, die directeur Bertien Minco hem liet zien, waarin naast de Joodse geschiedenis van Westerbork nadrukkelijk ook plaats is voor de Molukse geschiedenis van het kamp, dat toen Schattenberg werd genoemd.