Premier Rob Jetten (D66) heeft zondag namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers die in 1951 naar Nederland werd gehaald. Het zijn excuses voor het „harteloze en eerloze ontslag als militair” van de Molukse KNIL-soldaten, „voor de gebrekkige opvang en huisvesting, voor het niet gezien en in de steek gelaten worden, voor het onvervulde verlangen naar thuis en voor het verdriet en pijn in zoveel Molukse gezinnen”.
Jetten maakte de excuses bij de inhuldiging van het monument Ulu Kora aan de Rotterdamse Lloydkade zondag, waar de eerste generatie Molukkers 75 jaar geleden aan wal kwam. Dat monument staat er „als eerbetoon voor de KNIL-soldaten en hun families” en voor de „hoop op terugkeer die langzaam verstreek” waardoor families „ontworteld” achterbleven, zei Jetten.
Tussen 21 maart en 21 juni 1951 werden bijna 13.000 Molukse oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) en hun familieleden met schepen naar Nederland gebracht. De precieze reden voor de verplaatsing wordt nog altijd betwist, maar het uitroepen van een eigen Molukse republiek in 1950 (wat Indonesië zag als provocatie) had er beslist mee te maken. Het verblijf in Nederland zou tijdelijk zijn – de Nederlandse regering zou ze helpen terug te keren.












