Nee, hij is niet emotioneel, maar heeft gewoon „vrij hard gegild” dit weekend, zegt Wouter Koolmees als hij tijdens de parlementaire enquête wijst op zijn schorre stem. Koolmees werd door de enquêtecommissie woensdag gehoord over zijn rol als minister van Sociale Zaken en vicepremier in de coronaperiode.

Volgens Koolmees is er nooit een zwartwit tegenstelling geweest tussen medische en economische belangen. „De rode lijn is altijd geweest: het zwarte scenario voorkomen.” Volgens Koolmees heeft het kabinet altijd geprobeerd alle verschillende belangen voldoende te wegen. Zowel bij het opstellen van de steunpakketten als het instellen en daarna weer afschalen van de maatregelen. Maar, erkent hij meteen aan het begon van het verhoor: Nederland was niet voorbereid op deze pandemie.

Koolmees is een van de drie architecten van de economische steunpakketten die het kabinet verstrekte. Met Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken)vormde hij wat premier Mark Rutte „de trojka” noemde. Koolmees zegt in het verhoor niet te weten waar die naam precies vandaan kwam, maar zegt dat er ook wel eens aan de drie gerefereerd werd als „een soort boyband”.

Bij het optuigen van de steunpakketten ging het volgens Koolmees primair om ‘rechtvaardigheid’: „Wanneer je als overheid ervoor zorgt dat mensen hun boterham niet meer kunnen verdienen, dan moet je daar iets mee doen.” Daar was veel overeenstemming over, zowel in de samenleving als in het kabinet.