„Wij wilden alles op alles zetten om de scholen open te houden, voor zover dat verantwoord was. Dat is altijd mijn inzet geweest. Ik knokte voor mijn scholen.” Dat zei oud-minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (ChristenUnie) vrijdagochtend, toen hij werd verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.
Maar van de mooie woorden van Slob kwam niets terecht. De scholen gingen twee keer maandenlang dicht – en later nog een keer kort. Slob: „We hebben drie keer een nederlaag geleden.” Bij de eerste sluiting oefende het onderwijs zelf druk uit („Er was al een bestuurder in het noorden van het land die een brief had gestuurd dat de scholen maandag niet open zouden gaan”) en riep de Federatie Medisch Specialisten op de scholen te sluiten. Slob: „Toen was er geen houden meer aan.”
De belangen van docenten en leerlingen liepen tijdens de pandemie vaak uiteen: docenten wilden liever digitaal onderwijs, de meeste kinderen en jongeren wilden naar school – al verschilde dat soms per school of zelfs tussen docenten onderling. Vooral de onderwijsbonden maakten zich zorgen over het openhouden van de scholen en het welzijn van docenten. Het leidde ertoe dat sommige scholen al dichtgingen, terwijl ze daartoe niet bevoegd waren. „Dat deden ze op eigen houtje”, zei Slob. Ook beoogden sommige bestuurders hun school langer dicht te houden en later te heropenen, wat ook niet was toegestaan.














