Binnen het kabinet bestond begin 2021 grote onenigheid over de invoering van de avondklok als maatregel om coronabesmettingen tegen te gaan. Meerdere ministers, onder wie minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren en Wouter Koolmees van Sociale Zaken (beiden D66), hadden ernstige bezwaren tegen de invoering ervan.
Dat vertelde toenmalig minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) woensdag tijdens zijn eerste verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie Corona. „Die bezwaren zaten heel erg op de beperking van grondrechten”, zei Grapperhaus. „Die heeft zij [Ollongren] ingebracht, zoals ik ook mijn eigen terughoudendheid heb ingebracht. Het is een afweging. Op enig moment zul je bestuurlijk een beslissing moeten nemen.”
Dan kom je bij de keuze voor eenheid van kabinetsbeleid. Als je dat niet kunt, dan moet je weg
Welke bewindslieden tijdens overleggen in het Catshuis wél voor invoering van de avondklok waren, weigerde Grapperhaus tijdens het soms stekelige verhoor te zeggen. Op de herhaalde vraag van de commissie of het initiatief bij premier Mark Rutte lag, ging hij niet in. „Er waren mensen die vonden dat het wel die kant op moest. Maar ik kan mij niet met zekerheid herinneren wie zich in de informele discussies uitsprak, dus daar ga ik niet over verklaren.” Over de formele besluitvorming in de ministerraad zei Grapperhaus niets te mogen zeggen.










