De politie adviseerde het kabinet geen avondklok in te voeren, omdat die een „enorme inbreuk” zou zijn op de grondrechten, veel van de capaciteit van de politie zou vergen en niet nodig was om de coronamaatregelen beter te handhaven. Ook vreesde de politie voor nog meer onrust en toenemend anti-overheidssentiment. Toch werd de avondklok ingesteld vanwege de stijgende besmettingscijfers. „Van ons hoefde het niet,” zei oud-korpschef van de Nationale Politie Henk van Essen maandagmiddag, terwijl hij werd verhoord door de parlementaire enquêtecommissie Corona.
De pandemie was een paar maanden oud toen korpschef Erik Akerboom door Van Essen werd opgevolgd. Vlak daarna kreeg Van Essen de ondankbare en omvangrijke taak om de coronamaatregelen te handhaven. De eerste vier dagen van de avondklok leidden bijvoorbeeld tot 95.000 boetes. „Je wil de norm in het begin gelijk sterk neerzetten”, zei Van Essen.
Er waren rellen vanwege verveling, onvrede, het ontbreken van dagbesteding en moedeloosheid: hoelang duurt dit nog?
Al gingen de agenten daar op hun eigen manier mee om – waar de een boetes uitdeelde, beperkte de ander zich tot een waarschuwing. Van Essen: „Ook intern […] was er veel discussie over de maatregelen.”









