De nieuwe roman van Dimitri Verhulst (1972) valt op om hóé er wordt verteld, meer dan om wát er wordt verteld. De schrijver vertelde in een interview in Het Parool onlangs dat dat ook zijn bedoeling was. Want waar een boek over gaat, hoe de personages heten en wat die allemaal precies meemaken, dat vergeet je als lezer toch weer, beweerde Verhulst. „Neem Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Dat heb ik ontzettend graag gelezen, maar het enige wat ik me herinner, is hoe het is geschreven. Ook daar had ik het gevoel dat de vertelstijl eigenlijk het onderwerp was.” Hij vindt bovendien dat „de stijl van een kunstwerk het onderwerp moet uitleggen”. Anders gezegd: dat vorm en inhoud moeten samenvallen.

Een verwittigd man is niets waard bestaat uit alinea’s die één zin beslaan, en de verteller maakt er een gewoonte van om die zinnen maar nauwelijks op elkaar aan te laten sluiten. Van de hak op de tak, is het vormende principe van deze roman. Zo springen we op een willekeurige bladzijde van een herinnering aan een tienerverliefdheid van de hoofdpersoon naar een levenswijsheid over zelfliefde, naar een observatie over een magnetronmaaltijd, en een mededeling over goedkope wijn, naar een spitsvondigheid over incourante Wordfeud-woorden, een weetje over een bijzonder Japans woord, een klacht over eenzaamheid, en dan naar een fantasie over de vader van de hoofdpersoon en een conclusie over hem: „Zijn rokershoest is mijn voornaamste erfstuk.”