Het is meteen duidelijk dat je niet met een bescheiden academische filosoof te maken hebt als je op de eerste bladzijde van een boek leest dat het begrip God „door velen verkeerd wordt gebruikt” en „uiteindelijk kan worden gevat in een precieze definitie die de hele geschiedenis van het menselijk denken omvat”. Een definitie die deze filosoof vervolgens in zijn boek met veel aplomb uit de doeken doet.

De Frans-Tunesische Mehdi Belhaj Kacem (1973) is duidelijk een denker van de grote greep en in God, techniek en alwetendheid schrikt hij er dan ook niet voor terug om verstrekkende beweringen te doen over technologie, religie en wetenschap. ‘Pleonectiek’ is het begrip waar zijn filosofische systeem om draait, dat hij gestalte gaf in het bijna duizend pagina’s dikke Système du pléonectique (2020). God, techniek en alwetendheid, gebaseerd op een lezing uit 2016, is de eerste vertaling van Kacems werk in het Nederlands en biedt een introductie tot zijn belangrijkste ideeën.

De term pleonectiek komt van het oud-Griekse pleonexia, dat letterlijk ‘meer hebben’ betekent en door Aristoteles gebruikt werd om hebzucht mee aan te duiden. Voor Kacem wijst de term op het proces van toe-eigening waarin al het leven op aarde verwikkeld is. De mens is een ‘hyper-pleonectisch wezen’, schrijft hij, want die eigent zich niet alleen planten, dieren en grondstoffen toe, maar zelfs de wetmatigheden die daarachter liggen: de mens manipuleert en exploiteert de wetten van de natuur met behulp van technologie en wetenschap, wat Kacem samenvattend ’technowetenschap’ noemt. De huidige digitale technologie is zo bekeken de voortzetting van een proces dat al lang geleden begonnen is. Maar met de komst van AI is dat proces in een stroomversnelling geraakt.