Als het gaat over creativiteit, gaat het vaak over de Picasso’s, de Marie Curies, de Einsteins, het eurekamoment, het genie dat iets volstrekt unieks en nieuws uit de ether ontvangt. „Maar voor de meeste mensen is een creatieve daad iets veel eenvoudigers”, zegt Jamie Bartlett. Een brainstorm, een presentatie, een analyse: die bestaan vaak uit een nieuwe invalshoek op een probleem vinden, een lastige puzzel oplossen, relevante ideeën bij elkaar brengen. „Dat is wat AI nu bij uitstek goed kan”, zegt de Britse techjournalist tijdens een videogesprek vanuit Londen.
„Mensen die in de creatieve sector werken, maken zichzelf soms graag wijs dat AI nog niet tot echte creativiteit in staat is. Omdat dat ons een goed gevoel geeft; dat we nog een unieke menselijke vaardigheid overhouden. Maar als je nadenkt over hoe chatbots gemaakt zijn – enorme patroonherkenningssystemen die relaties leggen tussen allerlei concepten en woorden, op een schaal die wij ons niet kunnen voorstellen – dan zie je dat dit ze bijna per definitie extreem goed maakt in wat je ‘combinatorische creativiteit’ zou noemen: een idee uit het ene vakgebied halen en toepassen op een ander.”
Juist omdat dit op zoveel werkvloeren zo’n nuttig gereedschap is, moeten we beter nadenken over wat we níét uit handen geven. Daarover schreef Bartlett How To Talk to AI (and How Not To). In het boek praat hij uitgebreid met diverse chatbots en mensen die privé en professioneel al veel AI gebruiken. Soms voeren ze al onophoudelijke gesprekken met Claude, Gemini of ChatGPT.









