De Verenigde Staten en China lopen mijlenver voor in de AI-race, en zullen hem ook wel winnen. Toch? Voor velen zal het antwoord op die vraag een hartgrondig ja zijn. Zo niet bij Carl Benedikt Frey. De Zweedse econoom en economisch historicus ziet genoeg reden voor twijfel.

Ook de VS en China bestempelt Frey als „stagnerende economieën”, en het is volgens hem maar de vraag of zij optimaal de vruchten kunnen plukken van een AI-revolutie. „Sinds de financiële crisis van 2008 is er weinig echte Chinese arbeidsproductiviteitsgroei. En ook in de VS is de arbeidsproductiviteit nauwelijks toegenomen. Dat is niet alleen een Europees probleem, zoals vaak wordt gedacht.”

In zijn vorig jaar verschenen boek How Progress Ends betoogde Frey al dat in beide landen grote belemmeringen voor innovatie opdoemen. In China is dat de controledrang van de communistische partij. De sterke regie van de staat over de economische ontwikkeling draagt bij aan de snelle adaptatie van nieuwe technologie in China, maar de bijbehorende bureaucratische controledrang brengt in Freys analyse nieuwe doorbraken in gevaar. In de VS zorgt juist de groeiende macht van Big Tech ervoor dat nieuwe ondernemingen weinig kansen krijgen en vernieuwing zo verstikt.