Het enthousiasme spatte ervan af. „Mijn tekst, gepubliceerd door The New York Times!”, schreef een neurowetenschapper deze week trots op LinkedIn, met twee vrolijke emoji’s als extra uitroeptekens. De auteur, Anne-Laure Le Cunff, doet onderzoek naar nieuwsgierigheid en dat wekte, nou ja, mijn nieuwsgierigheid.
De kop van haar artikel was: ‘AI geeft ons onmiddellijk antwoord. Dat maakt ons dommer’. Zonder enige achterdocht begon ik het te lezen. Le Cunff is verbonden aan King’s College in Londen. Het artikel verscheen in een serieuze krant. En het stukje op LinkedIn leek recht uit het hart te komen. Dat alles wekte vertrouwen.
Gelukkig maar. Want sinds de opkomst van generatieve AI betrap ik me er steeds vaker op dat ik artikelen en beelden met argwaan tegemoet treed. Is dit wel echt? Is de auteur werkelijk de geestelijk vader of moeder van dit stuk, deze foto – of wat voor een foto moet doorgaan? Of heeft AI het meeste werk gedaan?
Die twijfel is meer dan een gezonde scepsis. Het is een sluipend gif. Wantrouwen staat een open houding in de weg. Ik word er een narrige lezer door. Maar de generatieve AI zaait wantrouwen, dat soms midden in een stuk zijn kop opsteekt. Toch even googelen wat precies de achtergrond van deze auteur is, schiet dan door m’n hoofd. En is het niet verdacht dat er nu voor de tweede keer dezelfde beeldspraak in voorkomt? Ga ik dit stuk nog wel uitlezen?







