Ironisch is het wel. Jarenlang trainden Amerikaanse techbedrijven hun AI-modellen op alle data die ze op het web bij elkaar konden schrapen. Creatief werk van tekstschrijvers, muzikanten, schilders, tekenaars, filmmakers en softwareontwikkelaars werd opgeslurpt om AI te voeden.
Nu vrezen OpenAI, Anthropic en andere techbedrijven voor hun eigen intellectueel eigendom. De allerslimste AI-modellen zijn namelijk te klonen met een techniek die ‘distilling’ heet. Stel je een chatbot genoeg slimme vragen, dan kun je uit de antwoorden afleiden hoe het AI-model onder de motorkap werkt. Die kennis gebruik je om een ander model te trainen, dat soms krachtiger kan uitpakken dan het origineel.
Op de AI+ Expo, eerder deze maand in Washington DC, zaten medewerkers van Anthropic en OpenAI op één podium om hun gal te spuien over ‘distilling attacks’. Normaal gesproken concurreren deze AI-bedrijven elkaar de tent uit, maar in hun klachten over diefstal werken ze gebroederlijk samen via het Frontier Model Forum. Het is een clubje van de AI-elite, waar Google, Microsoft, Meta en Amazon zich ook bij aansloten.
De vingers wijzen richting China, waar AI-modellen zoals DeepSeek de kennis zouden afkijken van Amerikaanse voorbeelden. Dit gebeurt op grote schaal, vertelde Thompson Paine, die zich over Anthropics geopolitieke positie ontfermt. Eerder meldde Anthropic dat Chinese AI-bedrijven via 24.000 nepaccounts kennis hebben gestolen.








