Wat intelligentie precies is, is een belangrijke vraag voor wie die met computers probeert na te bootsen. Steeds verschuift de grens. Is een computersysteem intelligent als het een schaakkampioen verslaat? Moet een AI-toepassing de structuur van eiwitten kunnen ontvouwen? Of hebben we intelligentie pas écht weten te vangen, nu er mensen zijn die verliefd worden op computersystemen?
Op dit soort vragen bouwde computerwetenschapper en ondernemer Fei-Fei Li (1976) haar imposante carrière. Haar antwoorden droegen bij aan de huidige AI-hausse. Nu bouwt ze aan de volgende fase: ruimtelijke AI, waar technologie-experts grote verwachtingen van hebben. Intuïtief wist Li altijd al wel dat intelligentie „verschillende niveaus van complexiteit en verfijning” behelst, zei ze in 2024 tegen technologiemagazine Spectrum. Ze begon bij zicht, als een van de lagere treden op de ladder van intelligentie. „Wat mensen onvoldoende beseffen, is dat zien nauw samenhangt met actie, zowel voor dieren als voor AI-systemen. Als je niet doorhebt wat er om je heen gebeurt, blijft je relatie tot de wereld hangen in passiviteit.”
Mensen zeggen dat Li computers heeft leren ‘kijken’ en noemen haar daarom liefkozend de „peetmoeder van AI”. Ze doelen dan op ImageNet, de gigantische databank van afbeeldingen met omschrijvingen die zij in 2006 begon aan te leggen zodat computers daarop konden trainen. Typisch monnikenwerk, en volgens veel van haar collega’s eigenlijk gekkenwerk. Niet alleen vanwege de tijd die het allemaal zou kosten, maar ook omdat haar collega’s dachten dat het niet nodig zou zijn. Ja: beeldherkenningssoftware maakte nog veel fouten, maar dat zouden betere algoritmes toch wel oplossen?







