Afgelopen maand gaf ik poëzieworkshops op een middelbare school. De leerlingen waren stil. Erg stil. En ik had geeneens wat tussen mijn tanden.

,,Ze zijn wel heel braaf”, mompelde ik in de pauze tegen hun mentor.

,,Ja, dat zien we bij alle leerjaren”, zei hij, „van vmbo tot gymnasium. Ze willen het niet fout doen, zowel binnen als buiten de les.”

,,Perfectionisme als copingmechanisme in een steeds onvoorspelbaarder wereld”, zei ik, zo bedachtzaam dat het uiteraard belachelijk klonk.

,,Nee joh”, schaterde hij, „het komt door de woningnood. Ze willen geen gedoe thuis. Het grootste deel van deze club zal de hele studietijd en de jaren daarna nog bij hun ouders moeten wonen. Zelfs al schrijf je je op de ochtend van je achttiende verjaardag in bij de woningstichting, dan duurt het in deze regio alsnog acht jaar voor je in aanmerking komt voor een eigen stek.”