Vaders komen in alle soorten en maten: autoritair, afwezig, dominant, veeleisend, affectief tekortschietend, wispelturig, manipulatief, gewelddadig – en heel soms ook liefdevol. Twee ingewikkelde vaderfiguren maken hun opwachting in de bioscoop, in een fictiefilm en een documentaire. In beide films hebben ze hun sporen nagelaten op hun zoon. De vertelvorm is opvallend genoeg dezelfde: die van de terugblik. Hoe heeft het zover kunnen komen? En in beide films keren de zonen terug naar beladen plekken uit het verleden die pijn en trauma herbergen. Kunnen ze daarmee nog in het reine komen?
In de boekverfilming Sukkwan Island reist de volwassen Roy terug naar het onbewoonde eiland Sukkwan waar hij als dertienjarige jongen een jaar met zijn vader Tom doorbracht. In een gesprekje met de vrouw die hem er met haar vliegtuigje heenbrengt wordt al duidelijk dat daar iets voorgevallen is, met dodelijke afloop. De hut waarin zij bivakkeerden is vervallen, maar herbergt nog sporen van hun verblijf.
Flashbacks tonen hoe Tom zijn ex-vrouw overtuigt om de dertienjarige Roy mee te nemen naar het ruige eiland nabij Alaska. Nee, er zijn geen beren en ja, hij zal hem onderwijzen. Beide beloftes blijken weinig waard. Wat idyllisch begint, eindigt in stress en paranoia.













