Dat het in de opvoeding goed mis kan gaan is door niemand beter beschreven dan door Philip Larkin in het bekende ‘This Be The Verse’ (1971): „They fuck you up, your mum and dad.” Kort en goed: Ze maken je kapot, je ouders. En ze doen het dan wel niet expres, maar als ze klaar zijn met jou hun eigen fouten aan te leren, dan krijg je nog een paar extra sneren mee. Helemaal voor jou alleen.

Hoe de openingszinnen van dat gedicht ook perfect van toepassing zijn op de relatie tussen andere scheppers en hun vrucht, pakweg die tussen een computerprogrammeur en zijn AI-programma, is vanaf 13 augustus te zien in het hoogst actuele, maar ook enigmatische Electric Child. Die deels met Nederlands geld geproduceerde film van de Zwitserse regisseur en AI-kunstenaar Simon Jaquemet is een van de vier films die in de filmtheaters uitkomen met een focus op contradicties en complexiteit van het ouderschap. Ze zijn nogal plotgedreven: wat je er in kort bestek over kunt zeggen vertelt al snel te veel. Wat ze gemeen hebben, is dat ze de traumatische schaduwkanten van de roze wolk belichten.

Overleven

Electric Child is ‘high concept’ in een lofi-uitvoering. Het sciencefictionsfeertje lijkt extra naargeestig doordat het zo alledaags is. Terwijl zijn vriendin Akiko hoogzwanger is, werkt Sonny dag en nacht aan de training van een superintelligentie in een game-omgeving. Als hun pasgeboren kind een aangeboren ziekte blijkt te hebben, is de vraag of dat AI-kind snel genoeg slim genoeg is om baby’s dna-code te kraken en te redden. Het AI-kind is getraind op overleven, wat ook een prijs heeft – maar de film walst wat haastig over de verschillen tussen fysiek en synthetisch overleven heen. Ik werd meteen herinnerd aan Universal Paperclips, een game uit 2017 waarin je in de rol van een AI kruipt met de monomane missie om paperclips te produceren – en je voor je het weet de mensheid hebt uitgeroeid en de aarde opgeblazen.