Een testauto. Ik sla de deur dicht. Op mijn netvlies kriebelt iets in de holte achter de deurklink. Het zijn letters op een zonnig gele achtergrond. Have a nice day, staat er.

Ik krijg helemáál geen leuke dag, zal de bestuurder denken. Ik laat aan de rand van een provinciegat zonder Starbucks een cursus teambuilding een nog betere robot van me maken. De baas heeft me opgeborgen in een hotel met HAPPY TOGETHER boven het plofbed en Enjoy! op de ontbijtservetten. Straks gaat een idioot vragen waar ik over vijf jaar wil staan, en ik zal netjes antwoord geven. Waarom? Omdat ik met mijn hypotheek van 2.200 bruto voor een rijtjeshuis van vier ton een tot eeuwige trouw verdoemde loonslaaf ben. Daarom rijd ik geen BMW maar een Kia EV2.

Foei, dat denkt de bestuurder helemaal niet. Hij is blij met zijn autootje. Strak als een Volvo met die stoere staande neus en futuristische lichtstrepen. Vrolijke kleuren, helemaal elektrisch, met 42 kWh-batterij te koop voor nog geen 28.000 euro. En dat geluk komt niet van een Chinese budgetbakker maar van een Koreaans kwaliteitsmerk. Dat trakteert op ruimte voor vier volwassenen, een voor zo’n klein machientje kolossale hoofdruimte plus een bescheiden verbruik dat de actieradius ondanks de kleine accu boven de 300 kilometer uit tilt. Kia geeft 15,5 kWh per 100 kilometer op. Ik kom na 200 kilometer snelweg onder de ongunstigst denkbare weersomstandigheden op 16,4 uit, wat betekent dat Kia-teambuilders daar op de sukkelende B-weg van hun levenspad ver onder duiken.