Autotest De EV wordt steeds groter, zwaarder, ingewikkelder te bedienen. Het innovatiemodel moet op de schop. BMW bewees al in 2013 met de i3, de auto van Bas van Putten zelf, dat het anders kan.
BMW i3
De EV heeft een ontwikkelingsniveau bereikt waarop voorheen plausibele bezwaren afketsen.
De actieradius neemt toe, het energieverbruik daalt, de laadvermogens stijgen. Er zijn zorgelijke keerzijden. De gewichten zijn abject. Een stekkermiddenklasser weegt twee ton. De afmetingen groeien, vooral in de breedte, bij suvs naar twee meter en meer. De entertainisering neemt perverse vormen aan. Infotainmentschermen verspreiden zich als een virus over de dashboards. De touchscreen-pandemie vormt een van de grootste veiligheidsrisico’s na appen achter het stuur. Touchscreens zijn onpraktisch en moeilijk bereikbaar, de bedieningsmenu’s gevaarlijk complex, de veiligheidsprotocollen schizofreen. Probeer je in de oceaan van touch-iconen op je infotainmentscherm de juiste toets te vinden, dan piept de veiligheidsassistent chagrijnig dat je op de weg moet blijven kijken. De vooruitgang wedt lachwekkend dom op de verkeerde paarden.
De auto moet lichter, kleiner en simpeler worden, het innovatiemodel moet op de schop. Vooruitgang is nu synoniem met digitalisering: rekensnelheid, AI-functies, digitaal amusement en autonome rijfuncties, heilige koeien van de tech-concerns en China. Europa heeft zich door die modes laten gijzelen en dat is dom geweest. Dit continent moet juist niet achter de tech-fanfare aan maar zich gedegen herbezinnen op zijn werktuigbouwkundige erfgoed. Het laat massaal verstek gaan op het stuk van intelligente, gewicht- en ruimtebesparende voertuigarchitectuur. Om die destructieve trend te keren moeten auto’s niet nog digitaler maar juist analoger worden. Europa moet intelligentere, beter geconstrueerde EV’s bouwen. Daar kan het punten pakken die de conformistische Chinese auto-industrie laat liggen.







