Welke auto in de showroom was voor ons? We hoefden het ons niet af te vragen; op de neus van een glanzende zwarte bolide zagen we een enorme roodfluwelen strik liggen. Het was een onwerkelijk moment voor twee kunstenaarstypes die altijd van weinig geld hebben geleefd. Mijn schoonmoeder, die ons twintigduizend euro heeft nagelaten, had een heel groot cadeau uit de hemel laten vallen.
Naar de strik glurend vervoegden we ons bij de verkoper bij wie we de auto hadden besteld. Het was een voorraadmodel dat sinds enige maanden in de opslag stond, zodat we korting hadden gekregen. ‘Voorraadmodel’, ‘opslag’, voor ons waren het onbekende fenomenen. Onze vorige auto’s waren tweedehands; eerst een bestelbus met opklapbed waarmee we heel Europa doorkruisten, daarna een zuinig stadsautootje. Zelf heb ik geen rijbewijs en mijn levensgezel is pas op zijn 43ste aan autorijden begonnen, waardoor we een matig ervaren koppel zijn. Elektrisch rijden was onze grote wens. Aangezien autokenner Bas van Putten in NRC ”niets aan deze auto is dom” had geschreven, was de keus op een Hyundai Inster gevallen.
Na het nodige papierwerk en een uitgebreide uitleg werd de karikaturale strik verwijderd en onze aanwinst de showroom uit gereden. Buiten leek hij ineens kleiner, gelukkig maar.









