„We hebben te veel groei. Genoeg, dat is wat we nodig hebben”, schreef Triodos-hoofdeconoom Hans Stegeman vorige week in deze krant (10/8), in reactie op een artikel van mij in De Correspondent. Dat klinkt intuïtief aantrekkelijk. Stegeman merkt terecht op dat zeven van de negen planetaire grenzen inmiddels zijn overschreden. Daarnaast sluit het idee van ‘genoeg’ aan bij andere sympathieke waarden: een verzet tegen hebzucht, een pleidooi voor dankbaarheid, een strijd voor herverdeling en de constatering dat we, dronken van de rat race, de verkeerde prioriteiten hebben.
Maar hier is het probleem. Stopt de wereldeconomie vandaag met groeien, dan blijft ruwweg één op de tien mensen in extreme armoede leven. De helft van de wereldbevolking moet het doen met hooguit 10 dollar per dag. In Somalië en Nigeria haalt nog altijd één op de tien peuters de vijfde verjaardag niet. Nu kun je zeggen: laat die landen groeien, maar laat ons — verwende Nederlanders — inzetten op krimp.
Allereerst begrijpt een slimme lezer dat je dan alsnog een manier moet vinden om groei van de wereldeconomie te combineren met minder uitstoot en een kleinere grondstoffenvoetafdruk. De tweede vraag is welke politieke keuzes hier geloofwaardig tot krimp leiden én ooit op een meerderheid van de bevolking kunnen rekenen. De economie is de som van onze inkomens. Dus zeg het maar: wie stemt zijn eigen inkomen omlaag, en met welke batterij maatregelen? Dit is precies de vraag waar degrowthers omheen dansen.Een lovenswaardige uitzondering is de Franse econoom Thomas Piketty. Hij suggereert dat de overheid een werkweek van maximaal 25 uur wettelijk moet afdwingen. Dat is natuurlijk een waanidee (burgers gaan zichzelf en anderen niet verplichten om minder te werken voor hetzelfde uurloon) maar het is in elk geval een idee. Ik nodig de degrowthers die zich nog op deze pagina’s gaan melden uit op om dan zijn minst voorstellen te doen die tot de gewenste krimp leiden.






