De vos die niet bij de druiven kan, verklaart ze zuur. Zo beschreef filosoof Jon Elster in 1983 hoe mensen hun voorkeuren aanpassen aan wat de omgeving als haalbaar presenteert. Adaptive preferences, noemde Elster het verschijnsel.

Het Global Justice Report van het onderzoeksinstituut World Inequality Lab, onlangs gepubliceerd door de Franse topeconoom Thomas Piketty en een aantal co-auteurs, laat zien hoe sterk dat mechanisme werkt. Het rapport schetst een mondiaal investeringsfonds ter grootte van ongeveer 10 procent van het wereldinkomen, gefinancierd via belastingen op de rijkste 1 procent wereldburgers, bedoeld voor klimaatinvesteringen, onderwijs en gezondheidszorg. Kwantitatief uitgewerkt tot 2100, gebouwd op twee eeuwen historische data, met een uitkomst zo onwaarschijnlijk dat je hem twee keer moet lezen.

89 procent van de wereldbevolking verdubbelt zijn inkomen, de planeet warmt op tot 1,8 in plaats van 4 graden, en mensen werken halverwege de eeuw de helft minder dan nu. Als je ook vrije tijd en een bewoonbare aarde meerekent, zal meer dan 99 procent van alle mensen er beter van worden. Kan het nog overtuigender?

Optimistische toekomstscenario’s

En toch is dit plan nauwelijks serieus besproken. De kritiek gaat zelden over de berekeningen, maar vrijwel altijd over de vermeende onhaalbaarheid van de onderliggende politiek. Opmerkelijk, want hiervoor hoeft geen nieuwe technologie te worden uitgevonden. Daarin onderscheidt dit rapport zich van veel optimistische toekomstscenario’s die wel op draagvlak kunnen rekenen. In die scenario’s laat innovatie de machtsverhoudingen ongemoeid om vervolgens toch alles op te lossen.