Toen Willem Barentsz in 1594 voor het eerst probeerde een noordelijke doorvaart van Europa naar Azië te vinden, trof hij zeeën die voor hem en zijn bemanning even „mysterieus” als „nieuw” waren, noteerde een opvarende. Het ene moment voeren ze door dichte mist, hagel en sneeuwjacht. Het andere moment scheen de warme zon en werd de bemanning geteisterd door muggen.

IJs dat een verdere doorgang onmogelijk maakte kon ineens dooien, zoals de bevaarbare zee plots ook weer kon bevriezen. Verder dan de Karazee, een miljoen vierkante kilometer water ten oosten van Nova Zembla, reikte de expeditie niet. Ook de tweede poging slaagde er niet in Beijing, of op z’n minst Tokio of Kanton, te bereiken. De derde poging strandde op Nova Zembla en maakte Barentsz, na een barre overwintering op het eiland, tot een legende.

Lijndienst

Maar als Willem Barentsz nu zou leven, zou niemand weten wie Willem Barentsz was. De Noordelijke Zeeroute boven Rusland langs heeft zich het afgelopen decennium namelijk geopend, dankzij smeltend ijs en de bouw van specialistische schepen. Vorig jaar voeren 103 schepen de volledige route, het jaar ervoor waren het er 97. Daarvan vervoerden vijftien schepen containers, tegenover elf het jaar ervoor. Ook olietankers bevaren de route vaker.