Duco Telgenkamp was vroeger zo’n jongetje dat op tv naar de Olympische Spelen keek en dacht: dat wil ik ook. Tien jaar oud, op de bank bij opa en oma, besloot hij dat hij een olympische medaille ging winnen.
Elf jaar later werd hij voor het eerst geselecteerd voor Oranje. Hij hockeyde toen pas een jaar in de hoofdklasse. Daarna ging het hard. Zijn eerste toernooi, in 2023: meteen Europees kampioen, topscorer én verkozen tot grootste talent. Een spits met een ‘aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid’, noteerde NRC toen, die na afloop vol bravoure verklaarde dat dit „pas het begin” was.
Hij mocht mee naar de Spelen van Parijs, een jaar later, en meldde zich bij bondscoach Jeroen Delmee om de eventuele laatste en beslissende shoot-out te nemen. Zo maakte hij de winnende, in de finale tegen Duitsland. En passant veroorzaakte hij daarna een relletje toen hij met zijn wijsvinger de verliezende Duitse keeper, die vooraf in de media had gezegd dat Oranje bang was voor de Duitsers, tot stilte maande en hem een tikje op zijn helm gaf. Een smetje, misschien, al was het ook wel weer typerend.
Hoe dan ook: die jongen van tien op de bank bij opa en oma had zijn gouden medaille binnen. Een sportverhaal volgens het boekje.









