Het is een opvallend tafereel tijdens de Olympisch Spelen in 2024: hockeyinternational Koen Bijen fietst bijna dagelijks door Parijs om bij andere sporten een Oranjespeldje te ruilen met Olympiërs uit de hele wereld. Zijn obsessie om een ‘pin’ van ieder land te verzamelen, leidt tot enige zorgen bij de technische staf van de hockeymannen. Is de aanvaller wel voldoende met Oranje bezig?

Maar bondscoach Jeroen Delmee kent Bijen door en door, en laat het begaan. Het is zoals hij hem kent. „En ik heb ze allemaal!”, zegt Bijen terugblikkend. „Het was voor mij een vorm van ontspanning.” Dan, met een glimlach: „Die van Servië heb ik geruild met Novak Djokovic.”

Wie is deze rappe aanvaller van het Nederlands team die pas op latere leeftijd begon met hockey, maar van alle internationals de meeste interlands speelde onder Delmee? NRC volgde Bijen sinds de aanloop naar het WK. „Bewijsdrang is een grote drijfveer in mijn carrière.”

Profvoetbal

Op een zonovergoten dinsdagmiddag in april zit Koen Bijen in zijn trainingspak langs het veld waar de rest van de nationale selectie met elkaar aan het trainen is. De aanvaller van Den Bosch heeft een lichte voedselvergiftiging en blijft uit voorzorg aan de kant.