Terwijl rond het kleine Icahn Stadium op Randall’s Island Park op Manhattan vogels tsjilpen, klinkt geschreeuw. „Jagen, jagen, jagen! Ga door!”, roept Frenkie de Jong tijdens het oefenduel tegen Oezbekistan. Hij wil dat er rechts voorin agressief druk wordt gezet – door Tijjani Reijnders, Denzel Dumfries en Crysencio Summerville. Kort erna verovert het Nederlands elftal de bal.
Tijdens een drinkpauze is te zien dat De Jong met aanvoerder Virgil van Dijk dicht bij Ronald Koeman staat, als de bondscoach een tactische bespreking houdt langs de zijlijn. Andere ploeggenoten staan er in een kring omheen, iets meer op afstand.
Zoals ook opvalt wat De Jong in New York tegen de pers zegt, na het teleurstellende optreden. „Het is duidelijk dat we dingen moeten aanpassen.” De positionering op het middenveld – De Jong staat als controleur te dicht bij Ryan Gravenberch – is niet goed. Zondag in het eerste WK-duel tegen Japan (2-2) is het effect van die aanpassing zichtbaar: de afstemming is beter, Gravenberch staat ‘hoger’ en geeft twee assists. In dat duel stuurt De Jong spelers tactisch met subtiele aanwijzingen; hij leidt de aanvalsopbouw en maakt duidelijk wanneer druk op de tegenstander moet worden gezet.













