Moeilijker dan jonge liefde is oude liefde. Zelfs in de zomer. Het echtpaar in Een stralende dag van Mollie Panter-Downes probeert zichzelf opnieuw uit te vinden na de storm die door hun leven is geraasd: de Tweede Wereldoorlog. Het is 1946 en het Engelse platteland aan de kust nabij Londen jubelt onder de zomerzon, alles groeit en bloeit en zoemt en gonst. Alsof er nooit iets gebeurd is. Maar al klinkt het luchtalarm niet meer, de oorlog is nog overal aanwezig. Hier een bunker, daar een krater, „roestige spiralen prikkeldraad tussen de zuring” en voor de dorpswinkels nog altijd rijen van vrouwen, het bonnenboekje in de hand geklemd. Velen van hen zijn hun man voorgoed kwijt. Die van de hoofdpersoon, de welgestelde Laura Marshall, keerde gelukkig heelhuids terug. Maar overlappen hun dromen nog?
Mollie Panter-Downes (1906-1997), bij ons volstrekt onbekend en in Engeland min of meer vergeten, kwam uit Sussex, een graafschap ten zuiden van Londen: het landschap uit de roman. Ze debuteerde op haar zeventiende met The Shoreless Sea, dat een bestseller werd. Ze schreef naast romans en verhalen jarenlang columns voor The New Yorker en publiceerde non-fictie over haar reizen. Haar bekendste werk Een stralende dag, dat onder de titel One Fine Day in 1947 voor het eerst verscheen, bleef in Nederland onvertaald – tot nu. Gelukkig maar, want dit is een vergeten klassieker, een instant koesterboek, fantastisch van stijl, van inzicht, van ironie, van weemoed en van levenslust. Het is een diepgaand optimistisch, ontroerend en deels ook satirisch liefdesverhaal, schitterend vertaald door Lisette Graswinckel.






